Wat is mediteren en hoe doen we dat?
Onder meditatie wordt verstaan: ‘het richten van de aandacht op een bepaald object van meditatie’. De aandacht legt de verbinding tussen subject, de mediterende en het object van meditatie.
Het object van meditatie staat dus niet op voorhand vast en kan verschillen. Binnen de vereniging beoefenen we de mantrameditatie. De mantrameditatie heeft een gebedswoord of mantra als object van aandacht. In de zenmeditatie wordt vaak de ademhaling als aandachtspunt genomen. Andere voorbeelden zijn de kaars of mandala als (visueel) object, het geluid van klankschalen, de oorsprong van beweging in een loopmeditatie etcetera.
In de vorm van meditatie die wij beoefenen wordt slechts één enkel woord gebruikt: een gebedswoord. Dat woord wordt herhaald in de geest en de oefening is daarnaar te luisteren en, telkens wanneer de aandacht daarvan wordt afgeleid, de aandacht terug te brengen naar het gebedswoord en dus naar dat luisteren terug te keren.
In het Christendom zijn er bijvoorbeeld John Main Osb (1926-1982) en Thomas Keating (1915-1968), die beiden de, hoewel licht van elkaar verschillende, methode aanbevelen die gebruik maakt van een enkel woord als mantra. John Main ontving deze instructie ooit, in1954 in Maleisië, van een Hindoe geestelijke Satyananda, een Indiër. In het Hindoeïsme wordt deze traditie van oudsher breed beoefend en deze wat men noemt ‘mantra-japa’ wordt daar als een ‘algemene’ en goed toegankelijke meditatievorm beschouwd.
Welk gebedswoord kun je hanteren? Binnen onze vereniging hanteren wij het uitgangspunt dat ieder zijn eigen gebedswoord kan kiezen. Kies hiervoor een kort woord uit wat voor jou een heilige betekenis heeft. Bijvoorbeeld en woord als : Abba, Vrede, Jezus of: Maranatha (‘Aramees voor: ‘kom Heer kom’). Het is niet de bedoeling dat je veelvuldig van woord wisselt omdat dan de aandacht meer uitgaat naar de betekenis van het woord, dan dat je met het proces van meditatie zelf bezig ben. Wees dus trouw aan je gebedswoord.
‘Meditatie is even natuurlijk voor de geest als ademhalen voor het lichaam.’
John Main
Meditatie is een weg van pure ervaring, zeker niet van theorie of denkwerk. Het lichaam vormt geen hinderpaal tussen God en onszelf. Het is het sacrament door God geschonken. Daarom moet het lichaam ook betrokken worden bij de gebedservaring.
Dit zijn de eenvoudige regels:
- Ga zitten: het lichaam is ontspannen maar niet in slaaphouding.
- Zit stil: het lichaam drukt de aandacht en de eerbied van de hele persoon uit.
- Strek je rug: het lichaam is alert en waakzaam.
- Adem gewoon in en uit, liefst vanuit de buik.
- Wees ontspannen maar blijf wel alert: dé formule voor vrede.
- Sluit zachtjes de ogen en begin de mantra te zeggen.
Herhaal je gebedswoord gedurende de hele meditatietijd.
Begin je pas met mediteren, gun jezelf wat tijd om een houding te zoeken die goed en zeker aanvoelt. Voel of er spanning zit in je lichaam, je schouders, je nek, je ogen, je voorhoofd. Ontspan je.
Basiszithoudingen zijn: op een stoel met gestrekte rug, geknield op een gebedsbankje of met gekruiste benen op de grond met een kussentje als steun.
Kies een rustig moment uit en een plekje waar je weinig kans hebt gestoord te worden. Geef voorrang aan je meditatietijden. Gaandeweg zal je ontdekken waarom zij die mediteren deze momenten als de belangrijkste van de dag beschouwen. Mediteer zo mogelijk elke dag op hetzelfde tijdstip en op dezelfde plek. Het helpt het gebedsritme in je leven te verankeren. Wees vooral mild voor jezelf. Gun je alle tijd om deze nieuwe discipline in je leven te integreren.
Je kunt elke meditatie inleiden en afsluiten met serene muziek of met wat je ook maar rustig maakt en je aandacht naar binnen keert.
Een wekelijkse groepsmeditatie is een uitstekend middel om de praktijk te verdiepen en te ondersteunen. In de groep kun je inspiratie en aanmoediging met elkaar delen en krijg je ook een prima gelegenheid om wekelijks naar onderricht te luisteren. In groepsverband ervaart men de dimensie van Christus’ aanwezigheid: Waar twee of drie in mijn naam verenigd zijn… (Mt 18:20).
De grote moeilijkheid bij het mediteren is het eeuwige probleem van gedachten die je afleiden, het gevolg van een niet aflatende mentale activiteit. Het reciteren van de mantra is een eenvoudige en doeltreffende manier van omgaan met alle mogelijke vormen van afgeleid zijn.
Merk je op dat je afgeleid bent:
- Vecht daar dan niet tegen, of het nu om gedachten, beelden of gevoelens gaat.
- Schenk alle aandacht aan de mantra, waar je gedurende de hele meditatietijd telkens opnieuw vriendelijk, rustig en trouw naar terugkeert.
- Negeer je gedachten; behandel ze als een soort achtergrondgeluid.
- Wees nederig, geduldig, vol vertrouwen en behoud je gevoel voor humor. Maak van elke wolk geen donkere nacht. Maar je mag ook de volharding niet onderschatten die je nodig heb, noch de genade die je zal worden geschonken.
De mantra is als een pad dwars door een dicht oerwoud. Hoe smal het soms ook mag zijn, volg het vol vertrouwen; het zal je uit de jungle van de geest naar de grote open ruimte van je hart leiden. Telkens wanneer je merkt dat je van het pad afdwaalt, keer dan terug naar je mantra. Het heeft helemaal geen zin over je meditatie-ervaring te praten in termen van slagen of mislukken. Dit zijn ego-gebonden begrippen en in de meditatie leren we juist ‘het zelf, het ego los te laten’.
Stilte maakt je levend, het is je beste vriend van de werkelijkheid.